Kapitalisme versus kapitalisme

Print Friendly, PDF & Email

Inleiding

In de volgende passages worden oorzaken, achtergronden en consequenties  geschilderd van de veramerikanisering van Europa. De logica van het betoog is als volgt:

 

Kapitalisme

De term kapitalisme vormt de aanduiding voor een economisch systeem dat gebaseerd is op investeringen van geld in de verwachting winst te maken.
In het kapitalisme kunnen diverse soorten onderscheiden worden. Voor de Nederlandse situatie zijn vooral van belang het Anglo-Amerikaanse kapitalisme (ook wel aangeduid met Angelsaksisch kapitalisme) en het Europese kapitalisme. Van laatstgenoemde is de Rijnlandse variant de belangrijkste.
Het kapitalisme vormt de economische neerslag van een tweetal ideologieën, die van het liberalisme en die van de protestantschristelijke godsdienst. Max Weber deed in zijn publicatie Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus verslag over zijn onderzoek naar het protestantisme als voedingsbodem van het kapitalisme. Deze publicatie uit 1904-1905 wordt nog steeds beschouwd als gezaghebbend. In deze beschouwing beperken we ons tot het liberalisme als bron.


Omstreeks het midden van de 20e eeuw ontstond in het liberalisme een scheiding der geesten die zich vertaalde in het uitkristalliseren van twee verschillende opvattingen over kapitalisme. Die twee gaan gepaard met grote verschillen op de gebieden cultuur, maatschappij, rechtssysteem en bedrijfskundig paradigma. Verschillen die op hun beurt belangrijke consequenties hebben voor de kwaliteit van werk en de kwaliteit van leven.

Terug naar begin van de pagina

Het liberalisme als voedingsbodem

Het liberalisme is een politiek-maatschappelijke stroming die is ontstaan in de Verlichting van de 18e eeuw. De filosoof John Locke wordt in het algemeen gezien als de grondlegger. Kernbegrippen van het liberalisme zijn vrijheid en vooruitgang. De combinatie van deze twee werd voor wat betreft het economisch aspect uitgewerkt door Adam Smith. Hij wordt beschouwd als de vader van het economisch liberalisme en tevens als de vader van de economie als wetenschap.
Het liberalisme is een brede ideologie met meerdere substromingen, die echter allemaal als uitgangspunt hebben: zoveel mogelijk vrijheid voor het individu zolang hij de vrijheid van anderen niet beperkt.
In de door liberalen voorgestane vrijheid kunnen twee dimensies onderscheiden worden, de sociale dimensie en de economische dimensie. Op het gebied van de sociale vrijheid kan men verschillend oordelen over de mate van overheidsbemoeienis met de persoonlijke levenssfeer van burgers. Hedendaagse voorbeelden van een dergelijke inmenging zijn inperking van de vrijheid van meningsuiting of overheidsregulering van abortus, euthanasie, homohuwelijk, drugsgebruik of prostitutie. Op het gebied van de economische vrijheid gaat het om overheidsinmenging in de economie. Moderne voorbeelden van zo’n inmenging zijn belastingen, zeker ook in relatie met inkomenspolitiek, subsidies, afgedwongen privatiseringen van maatschappelijke organisaties cq. nutsbedrijven en het aanbieden van voorzieningen als sociale zekerheid, onderwijs, zorg of ontwikkelingshulp. Het liberalisme staat traditioneel weinig economische inmenging voor en weinig inperking van de sociale vrijheid.
Het Nolandiagram geeft een overzicht van de positionering van de diverse stromingen, met als variabelen de economische vrijheid en de sociale vrijheid. In het diagram zijn ook de twee hoofdstromingen van het moderne liberalisme opgenomen.

Het politieke spectrum in afhankelijkheid van de sociale vrijheid en de economische vrijheid

Het politieke spectrum in afhankelijkheid van de sociale vrijheid en de economische vrijheid

Het libertarisme is vrijwel identiek met het klassiek liberalisme. Het vormt de meest radicale vorm, en wordt vooral in de USA gevonden. Het conservatief liberalisme vormt de rechtervleugel binnen het liberalisme. Conservatief-liberalen zijn voorstander van een staat die zich minimaal inmengt in de economie. De sociaal-liberalen zijn vrijwel net zo sterk voorstander van het onversneden gedachtegoed van Adam Smith. Zij onderscheiden zich echter van de conservatief-liberalen door de opvatting, dat de overheid een taak kan hebben in de bevordering van de vrijheid van de burgers. Wat dit aspect betreft vormt het ijveren van de sociaal-liberale partij D66 voor actieve privacybescherming door de overheid een actueel voorbeeld.
Hieronder is het Nolan-diagram nogmaals weergegeven, maar nu toegespitst op de situatie in Nederland (omstreeks 2006).

POLITIEKE SPECTRUM IN NEDERLAND

POLITIEKE SPECTRUM IN NEDERLAND

Terug naar begin van de pagina

Adam Smith, grondlegger van de economie

In alle liberale opvattingen staat het economisch liberalisme van Adam Smith centraal. Maar niet alleen bij hen. De opvattingen over marktmechanismen met minimale inmenging van de overheid en het belang van vrije concurrentie bepaalt voor een deel ook de agenda van sociaaldemocratische, confessionele en conservatieve politici.

Het geboorteproces van de economische wetenschap begint bij François Quesnay (1694-1774) met zijn Physiocratische School. De Schepper heeft regels vastgesteld die volmaakt en onveranderlijk zijn. Deze natuurlijke ordening moet je rustig zijn gang laten gaan. De natuurwetten weten wat voor ons het beste is en je moet ze niets in de weg leggen. De Schotse moraalfilosoof Adam Smith nam de idee van de natuurlijke orde over en werkte dat uit in zijn boek The Wealth of Nations (1776) . Volgens deze grondlegger van de moderne economische wetenschap en het economisch liberalisme leidt een onzichtbare hand de mensheid naar collectieve welvaart. Deze magische onzichtbare hand wordt aangeduid met marktwerking. Het nastreven van eigenbelang op individueel niveau zou automatisch tot de beste resultaten op collectief niveau leiden. Om op collectief niveau welvaart te creëren zou het individu niets in de weg gelegd mogen worden om zijn eigenbelang na te kunnen streven. Wilde deze onzichtbare hand zijn werk goed kunnen doen, diende wel aan een aantal noodzakelijke voorwaarden voldaan te worden.
1. Volledige informatie
2. Volledige transparantie
3. Eerlijk delen, eerlijke handel
4. Onderlinge solidariteit
5. Geen overheidsingrijpen
Aan deze criteria wordt in de praktijk nooit voldaan. Alleen al om die reden is de ontwikkeling van het concept van de Onzichtbare Hand nooit verder gekomen dan het stadium van een onbewezen hypothese.

Terug naar begin van de pagina

Wetenschappelijke onderbouwing van de Onzichtbare Hand
Het credo van de onzichtbare hand is aanvankelijk wel het belangrijkste axioma geweest van de nieuwe economische wetenschap. Op den duur heeft het echter het karakter van axioma verloren en heeft het dat van een dogma gekregen. Een van de belangrijkste kenmerken van wetenschapsbeoefening is namelijk de voortdurende aandacht voor het verifiëren van de axioma’s. Een axioma is een vooronderstelling die geldig is zolang het tegendeel niet bewezen is. Eén singuliere waarneming die strijdig is met het axioma doet het axioma zijn geldigheid verliezen. Dit door de wetenschapsfilosoof Popper geformuleerde verificatiebeginsel vormt wellicht het belangrijkste en in de wetenschap algemeen aanvaarde criterium voor wetenschappelijkheid. Eén van de belangrijkste wetenschappelijke activiteiten is daarom het zoeken naar die ene singuliere waarneming. De waarheid van een axioma is altijd een voorlopige waarheid.
In de economie was men echter van meet af aan zo enthousiast over de ideeën van Adam Smith, dat men verzuimd heeft het verificatiebeginsel toe te passen. Op den duur heeft het axioma van de Onzichtbare Hand daardoor het karakter gekregen van dogma, een uitgangspunt van een geloof dat niet geverifieerd hoeft te worden en eigenlijk ook niet geverifieerd kàn worden. De consequentie daarvan is, dat de economie, het geheel van op dat dogma gebaseerde opvattingen en modellen, niet beschouwd kan worden als wetenschap maar als geloof, als metafysisch van aard zijnde denkbeelden. Een tamelijk onthutsend inzicht. Temeer, daar liberale politici graag verwijzen naar de zogenaamd wetenschappelijk onderbouwing van het beginsel van ongebreidelde marktwerking.

Maar de situatie is eigenlijk nog ernstiger. Die singuliere weerleggingen van de Onzichtbare Hand  hebben zich intussen wel degelijk voorgedaan, zij het niet als onderdeel van een wetenschappelijk verificatie-experiment. De sinds 2008 voortwoekerende wereldwijde economische crisis heeft niet slechts de onjuistheid aangetoond van het dogma van de Onzichtbare Hand, maar heeft ook laten zien dat juist het beginsel van ongebreidelde marktwerking één van de belangrijkste oorzaken vormt van de recessie. De Onzichtbare Hand heeft dus gefaald! Desondanks wordt ze door de politieke elite, zowel in Europa als in de USA, nog steeds gehanteerd als uitgangspunt van economisch beleid. Het demasqué doet denken aan het sprookje van de kleren van de keizer.

Het falen van de Onzichtbare Hand heeft nog een interessante consequentie. Hiervoor werd duidelijk, dat die Onzichtbare hand niet meer beschouwd kon worden als een axioma maar als een dogma. Axioma’s zijn  begrippen uit de wereld van de wetenschap en de logica. Dogma’s zijn begrippen uit het domein van de metafysica. Het zijn niet voor wetenschappelijk onderzoek vatbare geloofsuitspraken. Nu blijkt echter, dat de Onzichtbare Hand aantoonbaar onjuist is. Dit dogma verwijst dus naar een dwaalleer.

 Terug naar begin van de pagina

Scheiding der geesten in de liberale wereld

In 1938 komt in Parijs een gezelschap van toonaangevende liberalen bijeen met de bedoeling, het liberalisme te moderniseren en opnieuw te definiëren. Deelnemers: Wilhelm Röpke, Alexander Rüstow, Friedrich von Hayek, Ludwig von Mises en Walter Eucken. Na W.O.-II pakt men in Mont Pelerin (Zwitserland) de draad weer op. Het gezelschap is nu uitgebreid met Walter Popper en Ludwig Erhard. Er kristalliseren zich twee opvattingen uit, die van het onversneden laisser-faire liberalisme met als centraal thema het sterk terugdringen van de overheidstaken (belangrijkste pleitbezorgers: Popper, Von Hayek) en een liberalisme van de menselijke maat (belangrijkste pleitbezorgers: Eucken en Röpke). In de periode 1950-1960 hanteert Erhard als minister van economische zaken van de Bundesrepublik Deutschland dit Rijnlandse model als uitgangspunt van zijn beleid. Dit Rijnlandse model in zijn meest pure vorm bestaat niet meer, ook niet in Duitsland. De invloed ervan is echter tot op de dag van vandaag merkbaar in het beleid van onze oosterburen. Het vormt een tegenhanger van het Anglo-Amerikaanse model, dat gebaseerd is op het laisser-faire beginsel.

 Terug naar begin van de pagina

Anglo-Amerikaanse en Rijnlandse volksaard

De door Popper, Hayek en Friedman geformuleerde en bepleite radicaal-liberale laisser faire ideologie vond vooral een vruchtbare voedingsbodem in de Anglo-Amerikaanse volksaard. De door Wilhelm Röpke en Ralf Dahrendorf ontwikkelde Rijnlandse variant van het liberalisme vond daarentegen vooral weerklank bij dat deel van het Europese continent dat door Piet Moerman in zijn boek Rijnlanders durf te denken en te twijfelen!(isbn 978-90-813480-1-0) aangeduid wordt met Rijnland. Dat is niet slechts een gebied dat gelegen is in het stroomgebied van de Rijn, maar het totaal aan woonplaatsen van volkeren die voortkwamen uit het Heilige Roomsche Rijk van de Duitse Natie (opvolger van het Rijk van Karel de Grote) en later voortgezet in het Habsurgse Rijk met zijn vertakkingen.
Bij het beschrijven van de Anglo-Amerikaanse volksaard en die van de Rijnlanders kan met vrucht gebruik worden gemaakt van het persoonlijkheidstype van de doelgerichte en diens tegenhanger, de bedachtzame. Niet alle individuele Amerikanen zijn doelgericht, maar op collectief niveau kan hun volksaard zeer wel met dat persoonlijkheidstype beschreven worden. Niet alle individuele Rijnlanders zijn bedachtzaam, maar hun volksaard kan daarmee wel aangeduid worden. Deze persoonlijkheidstypen worden hierna toegelicht aan de hand van het kernkwadrantenmodel van Daniel Ofman.


Het type van de doelgerichte wordt in eerste instantie gekenmerkt door doelgerichtheid als dominante en van nature aanwezige persoonlijkheidskenmerk. Dit type identificeert doelen en is geneigd om, zonder zich veel zorgen te maken over de weg die afgelegd zou moeten worden om die doelen te realiseren, zich terstond en met grote voortvarendheid op weg te begeven. Als hij zonder meer toegeeft aan die geneigdheid en dus geen aandacht heeft voor de details van de uitvoering en de planning, loopt hij een groot risico zijn doel te missen of vast te lopen in allerlei onvoorziene moeilijkheden. De doelgerichte zou de doeltreffendheid van zijn acties aanzienlijk kunnen vergroten door bedachtzaamheid te ontwikkelen, het vermogen om voorafgaand aan de actie na te denken over de voor doelrealisatie te bewandelen weg, over het geheel van benodigde middelen, methoden en technieken. Het ontwikkelen van deze bedachtzaamheid als persoonlijkheidskenmerk vormt zijn grote uitdaging. Het onbezonnen starten met actie en toegeven aan zijn geneigdheid zonder de benodigde denkarbeid vooraf, doet de doelgerichte dus in zijn valkuil belanden. Hij kan voorkomen dat hij daarin belandt door zich bewust te worden van zijn uitdaging, de bedachtzaamheid.
Bedachtzaamheid vormt dus datgene wat de doelgerichte zou moeten ontwikkelen. Voor bedachtzamen heeft hij daarom vaak waardering en respect. Zij vormen immers het complement van wat hij mist. De doelgerichte is echter allergisch voor het geneuzel van cirkeldenkers, die hem met hun besluiteloosheid hinderen in zijn pogingen zijn doelen te realiseren. Deze vier aspecten van zijn persoonlijkheid en de ontwikkeling daarvan worden in onderstaande figuur schematisch weergegeven.

Persoonlijkheidstype van de DOELGERICHTE, tevens Anglo-Amerikaanse volksaard

Persoonlijkheidstype van de DOELGERICHTE, tevens Anglo-Amerikaanse volksaard

De tegenhanger van de doelgerichte is de bedachtzame. Besluiteloosheid is zijn valkuil. Hij heeft de neiging zich in details en diepgang te verliezen, waarbij zijn gedachten bij wijze van spreken in cirkeltjes gaan ronddraaien. Na verloop van tijd komt hij denktechnisch weer terug bij zijn uitgangspunt en lijkt niets opgeschoten te zijn. Aan onbezonnenheid heeft hij een hekel. De vier aspecten van zijn persoonlijkheid en zijn ontwikkelingsmogelijkheden worden in onderstaande figuur weergegeven.

Persoonlijkheidstype van de BEDACHTZAME, tevens Rijnlandse volksaard

Persoonlijkheidstype van de BEDACHTZAME, tevens Rijnlandse volksaard

Het persoonlijkheidstype van de DOELGERICHTE en daarmee de Anglo-Amerikaanse volksaard is primair masculien van aard, terwijl de BEDACHTZAME en daarmee de Rijnlandse volksaard in eerste aanleg feminien van aard is. Mannelijke energie wordt gekenmerkt door leiderschap, met het grote gevaar af te glijden naar heerszucht en machtsmisbruik. In vrouwelijke energie valt vooral de dienstbaarheid op, met het grote gevaar dat die zal ontaarden in slaafsheid of minstens in onderdanigheid. Het zou te ver voeren hier op deze plaats dieper in te gaan op dit belangwekkende aspect. Voor geïnteresseerden volgt dadelijk een literatuuropgave.

Voorlopig conclusies

Deze passage is nog in bewerking

 

Literatuur

  1. Een beschrijving van het kernkwadrantenmodel vindt u in W. ten Haaf/H.Bikker/D.J.Adriaanse, Fundamentals of business engineering and management. A systems approach of people and organisations, ISBN 90-407-2210-2. In deze publicatie wordt o.a. ingegaan op het gebruik van het betreffende model binnen de Delftse School voor Bedrijfskunde (pagina 467 t/m 475) en wordt het geplaatst in het perspectief van de jungiaanse theorie van ‘de tegenstellingen’.
  2. Uitgaande van het kernkwadrantenmodel ontwikkelde Tineke Liefhebber in haar boek Vermist: mijn tweede helft, ISBN 9080882011, een zeer bruikbare persoonlijkheidstypologie. In dit boek vindt u tevens een uitdieping van het mannelijk en het vrouwelijk principe. (pagina 77 t/m 98).

  Terug naar begin van de pagina

Enkele hoofdkenmerken van de twee modellen

Deze passage is nog in bewerking