Paradigma

Print Friendly, PDF & Email

De Delftse School voor Bedrijfskunde wordt gekenmerkt door een paradigma. De onderdelen van dat paradigma zijn

  1. Anthropocentrisch van aard
  2. Systeembenadering
  3. Wijze van probleemaanpak
  4. Fundamentaliserend van aard
  5. Wetenschappelijk
  6. Publicaties

 

Een handzame definitie van het begrip paradigma is afkomstig van Wikipedia:

Paradigma is in de wetenschap en in de filosofie een samenhangend stelsel van modellen en theorieën die een denkkader vormen waarbinnen de ‘werkelijkheid’ geanalyseerd en beschreven wordt. Langer bestaande paradigma’s worden vaak niet eens meer als zodanig ervaren; onderwijs maakt een paradigma ‘vanzelfsprekend’.

In een vakgebied kunnen meerdere scholen ontstaan, waarbij elke school gekenmerkt wordt door zijn eigen paradigma. Zo kent men in de geneeskunde de allopathische benadering en de homeopathische benadering. Deze twee benaderingen sluiten elkaar uit.
Aan dit voorbeeld kunnen we zien, dat een paradigma niet slechts een geheel betreft van wetenschappelijke opvattingen waarover de diverse beoefenaren met elkaar in discours kunnen gaan. Een paradigma wordt tevens gekenmerkt door belangen en belangengroeperingen. Zowel de allopathische als de homeopathische benadering kent zijn eigen opleidingsinstituten, zijn eigen onderzoeksinstellingen, zijn eigen geneesmiddelenproducenten, zijn eigen distributiekanalen, zijn eigen beroepsverenigingen e.d. Een paradigmaverschuiving, terreinwinst van het ene paradigma ten koste van het andere, is niet slechts een kwestie van een wetenschappelijk discours waarbij een van beide benaderingen als winnaar uit de bus komt door het gebruik van wetenschappelijke argumenten. Nee, een paradigmaverschuiving brengt tevens een, soms grote, verschuiving te weeg aan belangen. Omgekeerd hoeft een paradigmaverschuiving niet altijd plaats te vinden door overtuiging op grond van wetenschappelijke argumenten, maar kan ook te weeg gebracht worden op grond van economische motieven of door middel van machtsuitoefening door belanghebbenden. Zo heeft de Nederlandse overheid de kant gekozen van de allopathie. Deze wordt door wetgeving bevoordeeld ten nadele van de homeopathie.

Een ander voorbeeld van elkaar uitsluitende paradigma’s wordt gevonden in het vakgebied van de psychologie. De behavioristische benadering van het geestelijk functioneren van de mens en de afgeleiden daarvan, te weten de sociale psychologie en de gedragstherapie, en die van de dieptepsychologie (boegbeelden Sigmund Freud en Carl Gustav Jung) vormen voor de aanhangers zozeer elkaar uitsluitende benaderingen, dat ze niet eens het discours met elkaar aangaan. Hun axioma’s verschillen wezenlijk, hun paradigma’s eveneens. Zelfs hun vakjargon verschilt zozeer dat het alleen al om die reden buitengewoon moeilijk zou zijn met elkaar een wetenschappelijke discussie aan te gaan. Het zijn twee verschillende werelden die weinig met elkaar gemeen hebben.

Stephen R. Covey geeft in zijn boek De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, 2003, een voorbeeld waaruit blijkt welke gevolgen een paradigmaverschuiving kan hebben.
Twee oorlogsschepen die voor de oefening deel uitmaakten van het eskader, waren al dagen bezig met manoeuvres in zwaar weer. Op de brug van het schip dat het eskader aanvoerde, stond ik op de uitkijk. Het was al avond. Flarden mist belemmerden een goed zicht. De kapitein bleef daarom zelf op de brug en hield alle bewegingen goed in de gaten.
Vlak nadat de duisternis was gevallen, meldde een wacht: ‘Licht aan stuurboord’.
‘Recht of niet?’ riep de kapitein.
‘Recht, kapitein!’ antwoordde de wacht. Er bestond gevaar voor een aanvaring.
De kapitein riep tegen de seiner: ‘Sein: aanvaring dreigt, verander uw koers twintig graden’.
Het schip seinde terug: ‘Advies aan u: verander uw koers twintig graden.’
De kapitein zei: ‘Sein; ik ben kapitein, verander uw koers twintig graden.’
‘Ik ben stuurman tweede klas’, was het antwoord. ‘Verander uw koers twintig graden.’
De kapitein werd razend. Hij schreeuwde: ‘Sein: dit is een oorlogsschip. Verander uw koers twintig graden.’
Daarop kwam het signaal: ‘Dit is een vuurtoren.’
En wij veranderden van koers.

Een van de bekendste paradigma’s uit de organisatiewetenschappen vormt het Scientific Management, bedacht door Frederic Taylor (1856-1915) en onder meer vastgelegd in zijn in 1911 gepubliceerde hoofdwerk Principles of Scientific Management. New York, London: Harper & brothers. Uitgangspunt vormde een mensbeeld volgens welk de werknemer van nature lui is en slechts door dwang bewogen kan worden tot het leveren van een arbeidsprestatie. Zijn samenhangend stelsel van modellen en theorieën had tot doel een zo hoog mogelijk opgevoerde efficiency door volledige beheersing van mensen, middelen en productieprocessen.
Het systeem van Taylor vormde het startpunt van een ontwikkeling in de USA en de UK van de bedrijfskunde, die uiteindelijk leidde tot het Anglo-Amerikaanse besturingsparadigma. Al is het vakgebied in de loop van de jaren verrijkt met veel verfijnder methoden en technieken, de uitgangspunten van Taylor, zijn mensbeeld, wat hij zag als het doel van de organisatie, zijn in de loop van de jaren geëvolueerd tot deze Anglo-Amerikaanse benadering van bedrijvigheid.

In het door de Delftse School voor Bedrijfskunde gehanteerde paradigma is wel plaats voor de in de USA ontwikkelde methoden en technieken ter verhoging van de efficiency, maar de focus ligt op andere bedrijfsdoelstellingen en op een fundamenteel ander mensbeeld.

 

Terug naar de Delftse School voor Bedrijfskunde