Anthropocentrisch

Het adagium van de Delftse School voor Bedrijfskunde: DE MENS CENTRAAL.

 

Dat behoeft enige toelichting. In onderstaande figuur is schematisch de arbeidsorganisatie weergegeven. Laten we even uitgaan van een organisatie die concrete producten voortbrengt. Van buitenaf toegevoerde grondstoffen of halffabricaten (ook wel aangeduid met passieve productiemiddelen) worden in de interne organisatie omgezet in eindproducten die aan een afzetmarkt beschikbaar gesteld worden. Het proces waarin de feitelijke omvorming plaatsvindt noemen we het primaire proces, hier gevisualiseerd door een pijplijntje met een hoofdstroom van links naar rechts. Die feitelijke fabricage wordt mogelijk gemaakt door de inzet van medewerkers, machines, hulpmiddelen e.d. Hun bijdragen zijn aangeduid met invoeren die haaks getekend zijn op de hoofdstroom, door de ‘semipermeabele’ wanden van het pijplijntje heendringen en daar hun werk doen. De eindproducten belanden op een afzetmarkt, waar ze behoeften van klanten bevredigen. Het bevredigen van behoeften van mensen vormt het feitelijke doel van de arbeidsorganisatie. Daarin is dus het bestaansrecht van de organisatie gelegen . Of, in wetenschappelijke termen geformuleerd: het bestaansrecht van een arbeidsorganisatie is primair gelegen in de bijdrage van de organisatie aan de maatschappelijke voortbrenging. Daarin spelen mensen een cruciale rol. De organisatie vervaardigt producten en/of diensten voor mensen en door mensen. De Delftse School voor Bedrijfskunde houdt zich bezig met de vraag, op welke wijze zowel de belangen van alle bij het reilen en zeilen van de organisatie betrokken mensen als de continuïteit van de onderneming het beste gegarandeerd kunnen worden. Een noodzakelijke (rand)voorwaarde vormt daarbij, in ieder geval op langere termijn, de winstgevendheid van de onderneming. Dit is een noodzakelijke maar niet een voldoende voorwaarde.

FIGUUR-03

Ook in de economische wetenschap gebruikt men de term primair proces. De economen gebruiken die term om het begrip toegevoegde waarde te definiëren. Het primair proces zou dan beschouwd dienen te worden als die transformatie waar de eigenlijke waardetoevoeging plaatsvindt. Toegevoegde waarde wordt dan gedefinieerd als het verschil in waarde van de uitvoer en van de invoer van de transformatie.

FIGUUR-04Het verschil in definities heeft in de praktijk aanleiding gegeven tot een belangrijk misverstand. Door de economische definitie wordt namelijk gesuggereerd, dat het bestaansrecht van een arbeidsorganisatie en daarmee het doel van die organisatie gelegen zou zijn in het vermeerderen van waarde, in het verdienen van geld dus. In deze opvatting vindt een betreurenswaardige verwisseling plaats van doelstelling en randvoorwaarde, hoe belangrijk die randvoorwaarde overigens ook moge zijn. In de praktijk blijkt deze verwisseling namelijk geleid te hebben tot de opvatting, dat het doel van een onderneming primair gelegen is het het bevredigen van de behoeften van de eigenaren van het bedrijf. Waar het volgens deze opvatting in feite bij de arbeidsorganisatie om zou gaan, is de zogenaamde shareholders value. Voor dat belang zouden alle andere belangen van alle overige belanghebbenden bij de organisatie moeten wijken. Volgens veel pleitbezorgers van de shareholders value dienen de belangen van medewerkers, klanten, toeleveranciers en in het algemeen het maatschappelijk belang nauwelijks of geen rol te spelen in het bedrijfsbeleid. In extremo leidde dat tot de pogingen tot beïnvloeding van het bedrijfsbeleid door opkoopfondsen, welke pogingen bekend kwamen te staan onder de term ‘shareholder activism’. Ook moet hier genoemd worden de praktijk van de ‘leveraged buyout’, het opkopen van bedrijven met behulp van een financiering met hoge schulden door investeringsmaatschappijen, waarbij de overgenomen bedrijven na een rendementsvolle verkoop vaak achterlaten werden met (te) hoge schulden. Zo kon de opvatting dat bedrijven primair bedoeld zijn om geld te verdienen leiden tot een visie volgens welke bedrijven gezien mogen worden als koopwaar. Tegenover deze ontwikkelingen en als remedie daartegen stelt de Delftse School voor Bedrijfskunde het credo van de stakeholders value, kortweg aangeduid met De Mens Centraal.

De filosofie van de shareholders value is overigens onlosmakelijk verbonden met het Anglo-Amerikaanse besturingsmodel en de daaraan inherente bedrijfscultuur. De Deltse School voor Bedrijfskunde heeft veel meer affiniteit met het zogenaamde Rijnlandse Model, dat beschouwd kan worden als de Europese variant van het kapitalisme. Zie ook Verwant Gedachtegoed.